Start | Pianolessen - algemene info | Pianolessen - handige links | Dina Appeldoorn | Jeanne van der Haar-Böttger | Bertha Frensel Wegener-Koopman | Anna Cramer | Cornelie van Oosterzee | Hanna Beekhuis | Andrée Bonhomme | Henriëtte Bosmans | Linda Bandara | Anna Lambrechts-Vos | Geertruida van Vladeracken | Reine Colaço Osorio-Swaab | Annie van den Brink-Pothuis | Elisabeth Kuyper | Henriëtte van Heukelom van den Brandeler | Wie ben ik?

Bertha Frensel Wegener-Koopman

Bloemendaal, 17 september 1874 - 1953
Na de muziekschool studeerde zij piano en compositie aan het Amsterdams conservatorium. Zij toonde een opmerkelijke begaafdheid en behaalde er het einddiploma voor beide vakken. Na haar eindexamen zette zij haar compositiestudie bij Bernard Zweers voort. Als pianiste maakte Bertha Koopman naam in Nederland en Duitsland. Tijdgenoten die haar hebben zien optreden, roemden haar podiumuitstraling. Na haar huwelijk met Jolen Frensel Wegener verscheen Bertha Koopman nog slechts zelden op de concertpodia. Ze vestigde zich als privélerares in Haarlem en begeleidde er koren en solisten. Wel bleef ze actief als componist. Dirigent Johan Schoonderbeek noemde Bertha Koopman een buitengewoon begaafde componiste. Na haar conservatoriumstudie in Amsterdam nam Bertha Koopman lessen bij de destijds bekende zangpedagoog Hugo Bellwidt in Frankfurt a.M. Haar liederen getuigen van een groot inzicht in de zangtechniek. Julia Culp was de eerste die de liedkunst van Bertha Koopman in de concertzalen tot klinken bracht. Grote zangeressen als de sopraan Aaltje Noorderwier traden in haar voetsporen en het lied “Der Wetterhahn” behoorde volgens Sam Bottenheim tot de hoogtepunten van de liederenavonden van Jo Vincent.

 

Ter illustratie van de ontwikkeling in haar muziek, kunnen haar volgende twee liederen dienen. Het eerste lied werd in 1909 gepubliceerd als nummer 5 in een bundel Acht Lieder, het tweede lied is nummer 2 van de Love Songs uit 1916. Beide bundels werden uitgeven door Alsbach, Amsterdam 

cd Bertha Frensel Wegener Koopman - Liederen.Tatlin Records, TA 001, bijbehorend cd-boekje door Klaas Posthuma 

 

 

            Ein Stündchen lang (tekst: Anna Ritter) uit 1909

  

Ich hab' an seiner Brust geruht,
In seinen Armen schlief ich ein,
Und kreuzt er nimmer meinen Weg -
Er war doch eine, eine Stunde mein!
Und wenn ich dieser Stunde Glück
Mit meinem Leben zahlen müßt',
Ich ginge lächelnd in den Tod -
Er hat mich einmal, einmal geküßt!


Het gedicht is zowel inhoudelijk als wat de spraakklanken betreft in twee helften te verdelen. De tweede helft van het gedicht is inhoudelijk veel intenser dan de eerste helft. In de eerste helft berust het subject er in om haar vriend in het ergste geval nooit meer tegen te komen. In de tweede helft blijkt ze zelfs bereid te zijn om het korte samenzijn met haar leven te betalen. In de eerste helft van het gedicht overheersen vooral de wat diepere ei-klanken (seiner, seinem, ein, meinen, eine en mein) en in de tweede helft de lichtere e- en i-klanken (wenn, dieser, mit, Leben, ginge, lächelnd, in, mich).

 

De componiste heeft de toonzetting hieraan aangepast. De ontwikkeling van de stemming van het gedicht heeft ze geheel uitgebuit. Het lied begint in een langzaam tempo en in een mineur-toonsoort en moduleert vanaf de vierde regel naar een reeks majeurtoonsoorten. Deze vele modulaties zijn kenmerkend voor romantische muziek en voor de Acht Lieder. De tweede helft van het gedicht krijgt een hoger tempo - con brio (energiek) - en blijft in majeur. Bovendien verandert de maatsoort. De eerste helft van het lied is in 3/4 maat en de tweede helft in 4/4 maat. De 3/4 maat komt later weer terug in het naspel van de piano. Het verschil in karakter tussen de beide liedhelften komt het meest tot uiting in een vergelijking van de laatste zinnen van beide strofen, dus de vierde en de achtste regel. In de vierde regel van het gedicht heeft de zangstem in ‘eine, eine Stunde mein’ een consequent dalende melodielijn. De muziek verstilt wat en moet in de daarop volgende zin weer geleidelijk op gang komen. Dit is een groot verschil met de climactische achtste regel met de tekst ‘Er hat mich einmal, einmal geküsst.’ Bij deze laatste regel neemt de dynamiek voor de eerste maal in het hele lied toe tot forte. Om ervoor te zorgen dat zanger(es) en pianist(e) na het forte op het tweede ‘einmal’ geen diminuendo maken, wat op zichzelf vrij natuurlijk en logisch zou klinken, staat er bij ‘geküsst’ opnieuw forte.

 

De componiste nam een vrijheid ten opzichte van de oorspronkelijke tekst van Anna Ritter in de regels 4 en 8. Deze regels luiden eigenlijk: ‘Er war doch eine Stunde mein! […] Er hat mich einmal doch geküsst!’[2] Het gedicht van Anna Ritter heeft op deze manier een wat verstild en  berustend einde. In het lied is het resultaat heel verschillend. De laatste regel wordt door de piano ondersteund door een reeks stijgende gebroken akkoorden. Het effect van deze begeleiding en de woordherhaling van ‘eine’en ‘einmal’ is dat de laatste regel in het lied extatischer en triomfantelijker is dan in het oorspronkelijke gedicht. Het subject gaat niet glimlachend maar eerder juichend de dood tegemoet.

 

      Do not go my love (tekst: Rabindranath Tagore) uit 1916  

Do not go, my love, without asking my leave

I have watched all night,

And now my eyes are heavy with sleep

I fear lest I lose you when I am sleeping

Do not go, my love, without asking my leave

 

I start up, and stretch my hands to touch you.

I ask myself, ‘Is it a dream?’

Could I but entangle your feet with my heart

And hold them fast to my breastDo not go, my love, without asking my leave.

 

De tekst komt uit de bundel The Gardener van Rabindranath Tagore (1861-1941). De teksten zijn door Tagore zelf vertaald (eigenlijk geparafraseerd) uit het Bengali naar het Engels.[3] De bundel verscheen voor het eerst in New York in 1913 en was een van de werken waarvoor hij in datzelfde jaar de Nobelprijs voor de literatuur ontving. Veel van de gedichten gaan over liefde, soms over onmogelijke liefdes en over verlaten worden, en daarnaast speelt de natuur een belangrijke rol. De teksten van Bertha Frensel Wegener-Koopmans drie Love Songs komen alle uit deze bundel. Ze zijn slechts drie jaar na het verschijnen van The Gardener geschreven.

 

Opvallend in dit lied is de dalende akkoordengang door de piano in de eerste vier maten, waarbij de akkoorden niet de klassiek-romantische spanning/ontspanning veroorzaken maar enigszins op zich zelf staan. Sommige akkoorden in de pianopartij bestaan alleen uit octaaf en kwint terwijl de terts ontbreekt. Dit is met name het geval in de regel ‘I fear lest I lose you when I am sleeping’ waar de zangstem bijna de hele regel op dezelfde toon zingt. Dit werd vaker gedaan door met name Franse componisten in die tijd, bijvoorbeeld Debussy. Ondanks deze harmonische vrijheid blijft het lied van begin tot eind in dezelfde toonsoort staan. De vele modulaties van het voorgaande lied Ein Stündchen lang ontbreken hier. Voor het voortstuwen van de melodie in dit lied is meer gebruik gemaakt van toonladderfiguren in de hoofdtoonsoort die naar een nieuwe muzikale zin toeleiden. Dit is te horen na het woord ‘sleeping’ waar een snelle toonladder in de pianopartij naar ‘Do not go’ leidt. Nog duidelijker is dit het geval bij de dalende harmonische mineurtoonladders van de piano na ‘Is it a dream’ waar op het laagste punt de stijgende melodielijn van  ‘Could I but …’ volgt.

De componiste heeft een opvallend gebruik gemaakt van melismen (lettergrepen uitgesmeerd over meerdere noten): in de eerste regel op het woord ‘leave’, in de derde regel op het woord ‘sleep’ en bij de beide herhalingen van de eerste regel (regel 5 en 10). Door deze melismen en het voor een groot deel ontbreken van harmonische spanning ontstaat een loomheid die gezien de tekst op zijn plaats is. Het zeer expressieve, chromatisch dalende ‘I start up, and stretch my hands to touch you, I ask myself, ‘Is it a dream?’’ volgt daarentegen het natuurlijke ritme van de tekst en heeft daardoor in ritmisch opzicht het karakter van een recitatief. Alleen de woorden ‘stretch’ and ‘hands’ worden conform de betekenis van de tekst letterlijk uitgestrekt in tijdsduur. Deze regel vormt een contrast met de voorgaande regel en klinkt dringend en onrustig.

 

In 1916 moeten de Love Songs in de oren van een Nederlands publiek behoorlijk modern geklonken hebben. Muzikaal sloot Bertha Frensel Wegener-Koopman hier aan bij de nieuwste stroming die destijds in Nederland te horen was. Daarbij was Engels als liederentaal in Nederland nog zeldzaam en de teksten van Tagore waren nieuw en exotisch.



[1] luistervoorbeelden genomen van de cd Bertha Frensel Wegener Koopman - Liederen. Uitgevoerd door Ingrid Kappelle en Miklos Schwalb.Tatlin Records, TA 001.

[2] http://www.wortblume.de/dichterinnen/ritter_i.htm, de gedichten van Anna Ritter op deze site komen uit Anna Ritter: Gedichte. Stuttgart, Berlin: Cotta (27. - 29. Auflage) 1911 en Anna Ritter: Befreiung: Neue Gedichte. Stuttgart: Cotta (vierte Auflage) 1900.

[3] http://terebess.hu/english/tagore3.html. Alle 85 gedichten uit The Gardener staan op deze site, inclusief het voorwoord van de dichter. De tekst van dit lied is no. 34 uit de bundel.



 

 

Laatste wijziging op: 02-05-2010 22:47