Start | Pianolessen - algemene info | Pianolessen - handige links | Dina Appeldoorn | Jeanne van der Haar-Böttger | Bertha Frensel Wegener-Koopman | Anna Cramer | Cornelie van Oosterzee | Hanna Beekhuis | Andrée Bonhomme | Henriëtte Bosmans | Linda Bandara | Anna Lambrechts-Vos | Geertruida van Vladeracken | Reine Colaço Osorio-Swaab | Annie van den Brink-Pothuis | Elisabeth Kuyper | Henriëtte van Heukelom van den Brandeler | Wie ben ik?

Anna Lambrechts-Vos

Rotterdam, 29 juni 1876 - 16 januari 1932

Anna Lambrechts-Vos werd op 17-jarige leeftijd aangesteld als organiste bij de Doopsgezinde kerk in Rotterdam. Ze studeerde compositie bij Bernard Zweers en nadat ze al getrouwd was verdiepte verdiepte ze zich in instrumentatie door bij Wouter Hutschenruyter de repetities van het Utrechts orkest bij te wonen. In 1905 schreef ze een verzameling kinderliedjes Het Boekje van Tante An dat veel publiciteit kreeg, ook schreef ze liederen volwassen voor volwassenen op Nederlandse en Duitse teksten, en in 1925 verschenen haar Zuid-Afrikaanse liederen.Tijdens de tentoonstelling De Vrouw in 1913 kreeg ze de kans om eigen werk te dirigeren (Der Frühling voor koor en orkest). In 1926 overleed haar echtgenoot waarna ze ontslag nam als organiste. Ze is wel blijven componeren. Ze schreef vooral veel muziek voor kinderen en koorwerken.[1]

 

Zuid-Afrikaanse liederen

Liedjes voor kinderen

 

 

 

 

 

Zuid-Afrika

Anna Lambrechts-Vos schreef in 1924/1925 in totaal 25 liederen met de titel Groot Suid-Afrika – Nuwe Suid-Afrikaanse liedere.[1] In tegenstelling tot Linda Bandara, die gefascineerd was door de Javaanse muziek en in haar eigen muziek van dat idioom gebruikt heeft gemaakt, heeft Anna Lambrechts-Vos Afrikaanse gedichten getoonzet maar zich niet laten inspireren door Zuid-Afrikaanse muziek. De hierna aangehaalde recensie beschrijft dat de liederen namelijk hetzij in Oud-Nederlandse volksliedachtige stijl waren geschreven of aan bijvoorbeeld Strauss deden denken.[2]

 

Nanny van Wehl, een vriendin van Anna, schrijft in De Vrouw en haar huis van oktober 1924 over het ontstaan van de eerste dertien liederen: “‘Vacantie’ heeft ze onlangs genomen en kwam van haar buitenhuis in het lieflijke Soest terug met dertien liederen op Afrikaansche tekst. De Afrikaansche gedichten hadden haar dermate ontroerd, dat ze wel schrijven moèst, temidden van huishoudelijke beslommeringen en allerlei oponthoud.”

Al op 19 maart 1925 verschijnt er een Nederlandse recensie van een uitvoering waar Mak van Waay en de heer Caro zongen en Anna Lambrechts-Vos begeleidde: “We moeten vooraf reeds vaststellen dat het geen geringe taak is, niet minder dan vijf en twintig liederen, alle verschillend van onderwerp en stemming, maar toch alle uit dezelfde volksziel voortgekomen en nauw met elkaar verwant, zoo te componeeren dat telkens het woord, de geest van het lied tot zijn recht komt en er voldoende afwisseling blijft om niet alleen de aandacht te blijven wekken, maar om te blijven behagen. Deze taak heeft mevr. Lambrechts-Vos met groot gemak en op prachtige wijze ten einde gebracht. Zoo ontstond een kaleidoscoop, die in verschillende kleurencombinaties steeds wat anders te genieten gaf. De teksten bepaalden natuurlijk op de eerste plaats het genre en zoo hoorden we liederen meestal in den volkstoon, vaak in oud-Nederlandschen trant met een modern tikje kleur verlevendigd, dan weer eens proeven van het kunstlied, dat soms sterk aan Strauss en anderen deed denken, dan weer heel origineel stemming wist te wekken […].”

 

Naar aanleiding van de herdenking van Kruger in het najaar van 1925 werden deze liederen veel uitgevoerd, o.a. in Rotterdam op 9 oktober en in Den Haag op 5 november.[3] Anna Lambrechts-Vos had de uitgave van haar liederen dus niet beter kunnen timen. De uitvoeringen vonden vaak plaats bij herdenkingsbijeenkomsten waar lezingen over Zuid Afrikaanse onderwerpen werden gehouden en waar ter opluistering haar liederen werden uitgevoerd.

 

Een andere Nederlandse krant schrijft heel neerbuigend over de Zuid-Afrikaanse muziek: ‘Er is een groot gebrek aan Zuidafrikaansche liederen, en wat bestaat is van geringe waarde, zooals trouwens in bijna alle overzeesche gewesten waar Europeanen zijn gaan wonen. Het Zuidafrikaansche lied is dikwijls niet meer dan een grappige scherts of een vrij banaal strijdlied, en de muzikale smaak van het volk staat niet hoog. En nu is het zoo verheugend dat juist een Hollandsche componiste aan de Afrikaners een schat van goede liederen heeft gegeven: de banden met het moederland worden daardoor stellig nauwer aangehaald. […] Het ware zeer gewenscht, op al onze muziekavonden, naast Vlaamsche en Hollandsche kunst, steeds ook Zuidafrikaansche liederen uit te voeren, om de gedachte der Groornederlandsche drie-eenheid duidelijk naar voren te doen komen. En juist voor dat doel zijn de liederen van A. Lambrechts-Vos zeer geschikt.”[4]

 

In Zuid-Afrika vielen ze blijkbaar ook in de smaak. In Die Boerevrou van augustus 1925 staat de volgende recensie: Hier het ons ’n versameling gedigte van ons beste digters, soos Jan Celliers, C.L. Leipoldt, A.D. Keet, Theo W. Jandrell, ens. Waar Mevr. Anna Lambrechts-Vos musiek bygekryf het. Sy is in Holland bekend as een van die beste moderne komponiste; hier in Suid-Afrika is daar nog maar min mense wat haar musiek ken. Dit is heeltemal moderne musiek, iedere begeleiding is ’n studie op homself, wat nie somaar van die blad afgespeel kan word nie, en die liedere self is moeilik om te verstaan en eis harde werk om hulle te kan behartig. Maar as die sanger of sangeres hulle eenmaal ken en waardeer sal hulle onder die geplaas word wat altyd hulle bekoring hou en nie net vir ’n paar maande populêr bly totdat iets anders weer mode word nie. Die musiek is vir die gedigte geskryf nie net bygepas nie, om hulle betekenis en sentiment weer te gee. Vir die musiek-student wat dit die moeite werd ag om studie aan ’n lied te bestee, sal Groot-Suidafrika ’n skat van waarde blyk.”

Een ander Afrikaans blad (Die Huisgenoot) schreef eerder (5 juni 1925) dat de liederen juist niet al te moeilijk waren: “In hierdie bundels het sy liedere gegee vir die sing in skole, huisgesin en vir nasionale feeste; ook liedere van natuur, huislike lewe en liefdesgesange. […] daar is baie wat vir die onderrig in die skole kan dien, omdat hulle eenvoudig, begryplik en aantrekkelik is. […] Die eerste bundel […] is minder gelukkig: die ritme en wysie loop nie fris uit die pen nie; dit klink soos musiek wat gesoek is om by die woorde te laat pas.”

De Afrikaanse dichters Jan F. Celliers en A.D. Keet waarvan Anna Lambrechts-Vos gedichten toonzette, komen ook voor bij enkele andere Nederlandse componisten, zoals Wolfgang Wijdeveld (1910-1985), Ernest Willem Mulder (1898-1959) en Rudolf Mengelberg (1892-1959).



[1] Ze werden in vijf bundels uitgegeven door De Nieuwe Boekhandel, Amsterdam, in Zuid-Afrika door Nasionale Beperk, Kaapstad, allebei in 1925.

[2] Zuid-Afrikaanse muziek is volgens Paul Janssen echter wel sterk beïnvloed door Nederlandse volksliedjes en Europese kunstmuziek. Enkele Zuid-Afrikaanse componisten hebben in Nederland gestudeerd, zoals bij Henk Badings. Paul Janssen, tekstboekje bij de cd Sweve en Swerve – poetical songs about and from South Africa. Hij stelt ook dat de muziek van Zuid-Afrikaanse en Nederlandse componisten op Afrikaanse teksten feitelijk maar op een punt verschilt: dat de Zuid-Afrikaanse componisten veel een veel duidelijker gevoel hebben voor het ritme van de Afrikaanse taal.

[3] Paul Kruger was geboren op 10 oktober 1825.

[4] De in dit gedeelte aangehaalde krantenknipsels bevinden zich in het archief van Anna Lambrechts Vos in het Nederlands muziekinstituut in Den Haag, doos 777, plakboek.

 

 

 
Muziek voor kinderen
 

N.H. Wolf schreef in de Wereldkroniek van 2 december 1905 een artikel over Anna Lambrechts-Vos’ Het Boekje van Tante An met de titel ‘Wagner’ voor de kindertjes. De nogal overdreven vergelijking met Wagner sloeg op het feit dat Anna Lambrechts-Vos zowel tekstdichter als componiste was, terwijl ze de tekeningen in de boekjes aan iemand anders over had gelaten (zoals Wagners muziekdrama’s een live uitvoering op de planken met een regisseur behoeven). In februari 1906 schreef Wolf in Het Leven[1] nog dat het “een ècht Hollandsche uitgave, met Hollandsche liedjes en leuk-Hollandsche teekeningetjes” zou worden. Op het moment dat het artikel geschreven werd, was het boekje namelijk nog niet uitgegeven. De liedjes waren volgens Wolf “beeldig genoeg […] om ook door volwassenen te worden gezongen”, en dat gebeurde ook. Tijdens een  soort tournee werden Het Boekje van Tante An en liedjes uit Colombijntjes voor de kleintjes[2] uitgevoerd door de zangeres Emmy Denijs-Kruijt (die destijds naam had gemaakt als de page in Le Nozze di Figaro van Mozart) met Anna Lambrechts-Vos aan de piano. Deze tournee begon in Rotterdam op vrijdag 15 december 1905 in de muzieksalon van de pianohandel Paling. In de Doelen vond een uitvoering plaats op woensdag 20 december 1905, en in Diligentia in Den Haag op dinsdag 26 december 1905 en zondag 7 januari 1906. Zelfs in Parijs zijn de liedjes uitgevoerd (in een Engelse versie) op 18 januari 1907. Het programma luidde: “The Dutch Dolls’ Ditties by Mrs. Lambrechts-Vos, English words by Miss H. Brauer [de zangeres], Musical entertainment given to the English children in Paris.”

Bij deze middagconcerten waren uiteraard veel kinderen aanwezig. Naar aanleiding van de uitvoering in Den Haag op 7 januari 1906 stond de volgende dag in de krant:

“In bijzonder opgewekte stemming deed mevr. Denijs-Kruyt de composities van mevr. Lambrechts-Vos tot haar recht komen. Geaccompagneerd door de laatste, bleek het dat zij zich zoo echt kon geven aan dit voor ’t grootste deel ongekunsteld publiek. De heerschende deftigheid van ’t gewone concert of matinée was gebroken en ’t scheen of al de op haar gerichte kinderoogen haar inspiratie gaven voor haar voordracht. Zoo geestig-naïef als zij voordroeg het plastische Inemetinemetip zo heel teeder weemoedig droeg zij in tegenstelling met haar guitigheid voor De Zonnekus en Bloemenleed. Het applaus, dat strict genomen meer van de grooten dan van de kleinen kwam, daar de laatsten alleen hun uiting te kennen gaven in stille bewondering, was dan ook wel verdiend.”[3]

 

Ook zo’n 20 jaar later werden het Boekje van Tante An en Colombijntjes nog verkocht. De jaarafrekening van de uitgeverij Alsbach van 1926/1927 toont aan dat er 18 exemplaren Colombijntjes waren verkocht, waar Anna Lambrechts-Vos 50 cent per stuk op verdiende, en 14 Boekjes van Tante An, waarvan 67 cent voor haar was. In 1927/1928 was dat respectievelijk 22 en 10 exemplaren, voor hetzelfde tarief. Volgens een brief van Alsbach van 13 april 1928 stagneerde de verkoop van het Boekje van Tante An en de uitgever doet een voorstel om flink met de prijs te zakken: van f2,00 naar f1,25. Anna Lambrechts-Vos zou dan genoegen hebben moeten nemen met 40 cent in plaats van 67 cent per exemplaar. Ik heb geen antwoord van haar gezien, en ook geen afrekening van 1929 waaruit zou blijken of ze ermee akkoord ging. Wat in beide jaren verreweg het beste werd verkocht waren haar koorwerken Kerstcantate en Lente.[4]



[1] N.H. Wolf, ‘Wagner’ voor de kindertjes in Wereldkroniek, 2 december 1905 en Voor de Neefjes en Nichtjes van Tante An in Het Leven – Geïllustreerd weekblad, 9 februari 1906, 1e jaargang, no. 1. Beide artikelen, ook de krantenknipsels, in Nederlands Muziek Instituut Den Haag, archief Anna Lambrechts-Vos, in plakboek in doos 777. De programma’s bevinden zich in doos 778.

[2] Colombijntjes voor de kleintjes was ook bundel met kinderliedjes van Anna Lambrechts-Vos, gericht op jongere kinderen dan Het Boekje van Tante An.

[3] Onbekend welke krant, het is een ingeplakt knipsel.

[4] Nederlands Muziek Instituut, Den Haag, archief Anna Lambrechts-Vos, doos 777. Map met correspondentie met Alsbach. Jaarafrekening 1 mei 1927 (archiefnummer 082/589) en 1 mei 1928 (archiefnummer 082/593). In totaal verdiende ze in 1927 f 174,31 met haar composities, en in 1928 f 126,39.


 

[1] Biografische gegevens ontleend aan twee artikelen van Nannie van Wehl, (een vriendin van Anna Lambrechts-Vos), Anna Lambrechts-Vos, in De Vrouw en haar Huis, no. 6, oktober 1924, 206, en Anna Lambrechts-Vos -  In memoriam, in de Rotterdamsche Dameskroniek, 30 januari 1932.

Laatste wijziging op: 01-12-2006 22:29