Start | Pianolessen - algemene info | Pianolessen - handige links | Dina Appeldoorn | Jeanne van der Haar-Böttger | Bertha Frensel Wegener-Koopman | Anna Cramer | Cornelie van Oosterzee | Hanna Beekhuis | Andrée Bonhomme | Henriëtte Bosmans | Linda Bandara | Anna Lambrechts-Vos | Geertruida van Vladeracken | Reine Colaço Osorio-Swaab | Annie van den Brink-Pothuis | Elisabeth Kuyper | Henriëtte van Heukelom van den Brandeler | Wie ben ik?

Geertruida van Vladeracken (1880-1947)

 

Geertruida van Vladeracken was componiste van kinderliedjes, en van instrumentale en vocale bewerkingen van oud-Nederlandse volksmuziek. Dergelijke muziek is gepubliceerd en beleefde vele herdrukken, maar Geertruida van Vladeracken was behalve componiste ook voordrachtkunstenaar, en ze trad op met haar man Jan Poortenaar die haar op de piano begeleidde.[1]

 

In haar archief bevinden zich o.a. 2 programma’s van recitals van haarzelf en haar echtgenoot. Het ene programma bestaat uit (door haar bewerkte) volksliederen: I) Geestelijke liederen, Nederlands en Engelstalig, II) Britsche Volksliederen en na de pauze: III) Baladen en Romances (Oud-Hollandsch, Vlaamsch en Fransch) en IV) Fransche Volksliederen.

Het andere programma bestaat uit liederen waarvan ze zowel de tekst als de muziek zelf had geschreven: I) Geestelijke liederen (andere dan in het eerder genoemde programma), II) Schilders (bestaande uit de titels Velazquez, Watteau, Bruegel 1) Een groote Ziener, 2) Boerendans, Oetamaro (Japansche prent), Vincent, Jeroen Bosch (schilder van duivelarijen), II) De Stalen Eeuw (AD 1937, Uit David’s Psalmen, Fabriek, Bij het warenhuis, Wereldstad, Spaansche dans). Dit laatste programma is uitgevoerd in de kleine zaal van het Concertgebouw in Amsterdam, op donderdag 23 december 1937. In haar archief liggen enkele glazen negatieven van haar optredens.

 

Geertruida van Vladeracken schreef Songs of a Child, Six Melodies, die in 1926 werden uitgegeven door Alsbach. Deze liedjes waren in principe bedoeld voor een volwassen stem, op gedichten van Robert Louis Stevenson die in 1913 gepubliceerd waren in de bundel A Child's Garden of Verses and Underwoods. Zoals wel vaker gebeurde werkte ze samen met Rie Cramer, die de illustraties verzorgde. De liedjes waren voorzien van een Nederlandse vertaling. De geselecteerde gedichten zijn niet braaf en moraliserend en maar speels en gebaseerd op de belevingswereld van kinderen. Dat was voor de oorlog nog lang niet bij alle kinderliedjes het geval.

 

Na de bevrijding verscheen van haar het lied Vrij!, met een rood-wit-blauwe figuur op de kaft. De tekst, die onder meer zegt dat men een geuzenvolk er nooit onder krijgt, had ze zelf geschreven.



[1] Deze liederen bevinden zich in autograaf in haar archief, Nederlands Muziekinstituut, Den Haag, doos 582. Programma’s en krantenknipsels in doos 583.

Laatste wijziging op: 01-12-2006 22:34