Start | Pianolessen - algemene info | Pianolessen - handige links | Dina Appeldoorn | Jeanne van der Haar-Böttger | Bertha Frensel Wegener-Koopman | Anna Cramer | Cornelie van Oosterzee | Hanna Beekhuis | Andrée Bonhomme | Henriëtte Bosmans | Linda Bandara | Anna Lambrechts-Vos | Geertruida van Vladeracken | Reine Colaço Osorio-Swaab | Annie van den Brink-Pothuis | Elisabeth Kuyper | Henriëtte van Heukelom van den Brandeler | Wie ben ik?

Reine Colaço Osorio-Swaab (1881-1971)

Annie van den Brink-Pothuis (1906-1956)

 

 

Reine Colaço Osorio-Swaab

Amsterdam, 16 januari 1881 – Amsterdam, 14 april 1971

 

Zij begon pas met componeren na het overlijden van haar echtgenoot en toen haar kinderen reeds volwassen waren. Zij ontving haar eerste lessen van Ernest W. Mulder en werd later leerling van Henk Badings, bij wie zij speciale aandacht besteedde aan melodievorming. Zij schreef veel kamermuziekwerken. Verder componeerde zij een aantal liederen, duetten en declamatoria, de laatste veelal op bijbelse teksten, alsmede een Dramatische ouverture voor orkest. Haar stijl was eerst laatromantisch, later atonaal. Ook psychologie en filosofie hadden haar bijzondere aandacht. In de jaren '20 vertaalde zij als eerste in Nederland werk van Martin Buber. In de Donemus catalogus bevinden zich 16 sololiederen, die geschreven zijn tussen 1930 en 1935 en in 1946.[1]

 

Reine Colaço Osorio Swaab schreef in 1930/1931 enkele liederen op Nederlandse teksten (Bloempjes ontwaken op eigen tekst en nog enkele liederen op teksten van C.S. Adama van Scheltema en Jacques Perk). Na de oorlog in 1946 verscheen haar Monument. Haar zoon John was omgekomen in het concentratiekamp in Dachau, en ze schreef zijn ‘in memoriam’ in de vorm van zes coplas op teksten van Hendrik de Vries. Deze coplas waren door Hendrik de Vries uit het Spaans vertaalde, korte liedteksten die in vier bundels in 1935 waren verschenen.[1]



[1] Coplas : zeven honderd strijdliederen, kerkelijke liederen ... dreigementen en tumulten van het Spaansche volk / Nederlandsch door Hendrik de Vries. - Amsterdam : Spieghel, 1935

 

 

Annie van den Brink-Pothuis

Amsterdam 6 maart 1906 – Amsterdam 10 maart 1956
Zij doorliep de HBS en begon haar muziekstudie in 1923 met vioollessen bij Felice Togni en solfège bij Bak. Voorts studeerde zij aan het Amsterdams Conservatorium bij Togni en Rijnbergen (viool) en bij Willem Pijper, Sem Dresden en Mulder (theorie). Tijdens en na deze studie had zij bovendien privé‑lessen van Willem Pijper, Prof. Smijers en Sem Dresden. Ze woonde en werkte in Amsterdam als violiste, vioollerares en componiste. Zij schreef werken voor verschillende bezettingen waaronder liederen met orkest en instrumentale begeleiding.[1]

Annie van den Brink-Pothuis schreef in 1946 twee liederen op teksten van Slauerhof en in 1949 haar drie Anthonie Donker-sonetten. Deze laatste vertonen invloed van de Tweede Weense school.



[1] www.muziekgroep.nl, biografie Annie van den Brink-Pothuis

 

 

 

 

 

 



[1] www.muziekgroep.nl, biografie en werkenlijst Reine Colaço Osorio-Swaab

Laatste wijziging op: 02-12-2006 09:14